Navigate / search

Hoofdstuk 35-2

In hoofdstuk 34 lazen we hoe Bettine werd verhoord. Het wantrouwen rond Marga groeide.

‘Dan is de politie van Rotterdam er ook en zal de officier van justitie bepalen wat we aan de pers bekend maken.’

‘Hoezo, officier van Justitie?’ had Dikstra gevraagd. Alleen de titel bezorgde hem al een aanval van maagzuur. Hij had zich dan wel niet ziek gemeld, zoals Jansen-Baas wilde, maar zich de afgelopen weken zo veel mogelijk opgesloten in zijn kantoor. Hij kon alleen maar hopen dat er vanmiddag een andere officier zou zijn.

Op het kleine bureau aan de haven werd hij ontvangen door een zenuwachtige groepschef, die al weer aardig de weg was kwijt geraakt nadat Dirk en Marga elkaar hartelijk hadden begroet en samen een kop koffie waren gaan drinken. De binnenkomst van de onbekende rechercheurs en Dikstra bracht hem helemaal van zijn stuk en als een verlegen jongetje zat hij dan ook achter in de kamer te luisteren naar wat er zich voor hem afspeelde.

Marga opende het gesprek.

‘Ik begrijp dat jullie met een probleem zitten waar Dikstra jullie niet verder mee heeft kunnen helpen.’

‘Dat klopt mevrouw. We hebben een kotter aangetroffen in de haven van Rotterdam en daar 1500 kilo hasj op gevonden, maar we hebben er geen idee van waar dat schip vandaan komt en wie er aan boord waren of van wie het schip is. We hebben alleen een tip gehad dat jullie mogelijk meer weten over de herkomst van het schip. We hopen dat jullie ons verder kunnen helpen,’ zei de oudste van de twee rechercheurs naar Dirk kijkend.

‘Ik heb de krant gelezen en we weten dat we het over dezelfde kotter hebben.’

Met een bijna theatraal gebaar pakte hij een dikke ordner vanaf het bureau en legde deze voor de rechercheurs neer.

‘We hebben die kotter al in de gaten gehouden vanaf het moment dat hij verbouwd werd. Dikstra en zijn mannen waren niet geïnteresseerd en dus hebben we zelf eerst een eenvoudig archief bijgehouden,’ hakte Dirk er bot in.

‘Toen ik later door de officier van justitie gevraagd werd een ander bijzonder onderzoek voor haar te leiden, bleek ook die kotter weer op te duiken. Samen met de politie in België en Frankrijk hebben we de kotter kunnen volgen. In dit dossier staat alles vermeld tot en met de afgeluisterde telefoongesprekken. De originele banden liggen, verzegeld, bij de officier van justitie en zullen door haar worden overgedragen. Het dossier stopt voor ons op het moment van het laatste telefoongesprek. Alle namen en gegevens zal je er ook in terugvinden. De eigenaar, de bouwers, de opvarenden etc. Je mag ze zo op gaan halen. Jullie hebben alleen pech dat degene die het transport financierde en de leider van de bende was, niet aangehouden kan worden. Dat was namelijk Klaas Witteman en die is een tijdje terug geliquideerd. Daar kan Amsterdam jullie wel verder helpen.’

De rechercheurs zaten met open mond te luisteren. Zo hadden ze nog nooit een zaak op een presenteerblad aangeleverd gekregen. Dikstra probeerde te verdwijnen in de rugleuning van zijn stoel, maar de minachtende blikken, die hem werden toegeworpen, kwamen aan als een middeleeuwse steniging. Hij wist dat dit de genadeklap zou zijn en dat hier en nu zijn loopbaan bij de politie definitief ten einde kwam.

‘Dirk, prima werk geleverd. Alle stukken die in dat dossier zitten, zijn nauwkeurig getoetst en de teksten van de telefoongesprekken zijn gecontroleerd op de letterlijke weergave,’ voegde Marga er fijntjes aan toe.

De rechercheurs bedankten Dirk en Marga uitvoerig. Dikstra en de groepschef bestonden niet meer en ze maakten ook niet de indruk betrokken te willen worden bij de dankronde.

Vlak voordat ze de kamer uitliepen, vroeg Dirk ze nog even te gaan zitten.

‘Jullie hebben 1500 kilo hasj gevonden. Maar jullie zijn nog niet klaar. Als jullie boven de kiel de vloer open maken, zullen jullie een dun laagje beton vinden. Daaronder zit een tank. Volgens mij moeten jullie die ook maar eens op zoeken en leeg halen. Veel plezier. Het kon wel eens meer waard zijn dan de hasj en de kotter samen.’

‘Bedankt man, we zullen het meteen doen. We laten je meteen weten wat we hebben gevonden.’

Bijna rennend verlieten ze het bureau. Marga had nog twee mededelingen aan de achterblijvers.

‘Adjudant. Dirk blijft voorlopig nog voor mij werken. Dikstra. Ik denk dat ook voor jou de zaak nu helder is. Ik heb inmiddels je baas geïnformeerd en je ontslag formeel aangevraagd. Je moet je nu direct gaan melden bij je baas.

Dikstra stond op. Gesloopt en ontdaan van elke eigenwaarde sleepte hij zich naar de buitendeur, de vriendelijke groeten van de rondlopende agenten als stokslagen incasserend.

‘En u, adjudant. Ik begrijp dat u binnenkort voor u pensioen staat. Ik zou, als ik u was, dankbaar gebruik maken van de bijzondere regeling die u deze week wordt aangeboden.’

Zonder er verder iets van uitleg aan toe te voegen, verliet ze de kamer en nam afscheid van Dirk. Met een grijns die die dag niet meer van haar gezicht af te krijgen was, liep ze vrolijk zwaaiend en groetend het bureau uit.

Ze had nog één etappe voor de boeg en zou dan geruime tijd kunnen gaan genieten van de reputatie die ze had opgebouwd, met de afronding van het grote onderzoek. Ze zag het helemaal voor zich. Eerst Hoofdofficier van Justitie en dan door promoveren. Het paste allemaal precies in haar ambitieuze carrièrebeeld.

 

Deze blogpost is ook beschikbaar in het Pools (Polski).