Navigate / search

Kleuters en de basisschool

Soms zou je nog wel eens willen dat je gedachten wereld zo onbevangen was, als die van peuters (1,5- circa 4 jr) en kleuters (van 3 tot circa 6 jr). Ze bekijken de wereld echt met andere ogen en leven in hun eigen werkelijkheid. Poezen hebben pijn als ze haren verliezen, spinnen eten je op als je niet uitkijkt en als een deksel niet van een doosje af kan, is er zomaar volledige paniek. Natuurlijk hartstikke logisch want ze weten nog niet alles en wat ze niet weten vullen ze gewoon zelf in. De maan is gewoon een gat in de lucht en een banaan moet opengemaakt worden door de juf omdat moeder ’m te strak heeft ingepakt. Toch?

Precies in die periode van onbevangenheid en ontdekken moeten kinderen in Nederland naar school. Tot 4 jaar kun je als ouders zelf beslissen of je je kind naar opvang/school brengt maar van 5 tot 18 kent Nederland een’ leerplicht’ en moeten ze naar school tot ze een diploma hebben gehaald. Tot 16 jaar noemen we dit ‘leerplicht’, van 16 tot 18 jaar heet het ‘kwalificatieplicht’.

De basisschool

Vanaf 4 jaar kun je je kind aanmelden als leerling op een basisschool en daar betaal je geen lesgeld voor het basisonderwijs. Scholen kunnen wel een ouderbijdrage vragen voor extra activiteiten. Hiermee wordt bedoeld extra activiteiten die aangeboden worden naast het gewone lesprogramma zoals sinterklaasfeest of de kerstviering, een schoolreisje of zwemlessen. Voor deze activiteiten mag de school aan ouders een financiële bijdrage vragen, de ouderbijdrage en die is wel altijd vrijwillig.

Kosten buitenschoolse opvang en teruggave

Buitenschoolse opvang (BSO) is de opvang voor en na schooltijd, op vrije dagen en tijdens schoolvakanties. Scholen organiseren deze opvang niet zelf, zij werken hiervoor samen met een kinderopvangorganisatie. De kosten van de BSO betaal je altijd zelf maar je kunt er in Nederland wel een kinderopvangtoeslag voor aanvragen. Je doet dit bij de Belastingdienst (net als de zorgtoeslag waarover we ook schrijven in deze editie van poPolsku) en een deel van de kosten voor de buitenschoolse opvang (BSO) kun je dan mogelijk terugkrijgen.

Hoe kies je een goede basisschool?

Een lastige keuze want er is veel keuze met ook nog veel verschillen. Er is openbaar en bijzonder onderwijs en voor kinderen die extra ondersteuning nodig hebben zijn er ook nog scholen voor speciaal (basis)onderwijs.

Een openbare basisschool is voor elk kind toegankelijk, is niet gebaseerd op een godsdienst of levensovertuiging en als er op een openbare school geen plek is dan moet de gemeente zorgen dat de leerling naar een andere openbare school kan. Is er geen openbare school in de buurt? Dan moet een leerling ook door een bijzondere school worden toegelaten.

Met bijzonder onderwijs wordt bedoeld dat je kind les krijgt vanuit een godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuiging. Er zijn bijvoorbeeld rooms-katholieke, protestants-christelijke, islamitische en hindoeïstische scholen. Bijzondere scholen mogen leerlingen of docenten (in tegenstelling tot openbare scholen) weigeren als die een andere overtuiging hebben dan de school.

En om het nog iets ingewikkelder te maken kennen we hier in Nederland ook nog Algemeen bijzondere scholen. Deze scholen geven les op grond van hun visie over onderwijs of opvoeding. Deze scholen werken niet op basis van godsdienst of levensbeschouwing. Voorbeelden hiervan zijn montessorischolen, daltonscholen, jenaplanscholen en vrije scholen (www.rijksoverheid.nl).

Wat doen kleuters eigenlijk op school?

Een aantal vakken op school zijn wettelijk verplicht en zijn beschreven in kerndoelen die door de overheid worden vastgesteld. Deze vakken worden dus aan alle kinderen gegeven. Hoe ze worden gegeven en met welk lesmateriaal wordt door de school zelf bepaald. Deze verplichte vakken op de basisschool zijn: Nederlandse en Engelse taal, rekenen en wiskunde, oriëntatie op jezelf en de wereld (aardrijkskunde, geschiedenis, biologie, burgerschapsvorming, verkeersles en staatsinrichting), kunstzinnige oriëntatie (muziek, tekenen en handvaardigheid) en bewegingsonderwijs (gymlessen). Op basisscholen in Friesland is de Friese taal een verplicht vak. Niet verplichte vakken zijn bijvoorbeeld godsdienstonderwijs, Frans of Duits. Ouders kunnen via de medezeggenschapsraad van de school meepraten over de keuze van deze niet-verplichte vakken.

Naast deze vakken heb je nog andere schoolactiviteiten zoals schoolzwemmen, excursies, schoolkamp, bibliotheekbezoek en schoolreisjes en die kunnen horen bij het lesprogramma waarover je kunt lezen in de schoolgids. Als je niet wilt dat jouw kind meedoet aan een extra onderwijsactiviteiten dan kun je bij het bestuur van de basisschool vragen om vrijstelling. Als je die dan krijgt, dan moet je kind wel meedoen aan een vervangende activiteit. Deze extra activiteiten worden meestal uit de vrijwillige ouderbijdrage betaald. En als je die bijdrage niet kunt of wilt betalen, dan mag de school jouw kind hiervan niet uitsluiten. Is een extra activiteit niet verplicht? En heb je voor deze activiteit geen bijdrage betaald? Dan doet jouw kind niet mee. De school moet wel voor opvang van je kind zorgen.

En tot slot toch nog even over schoolzwemmen waarover we in nummer 11 van poPolsku al uitgebreid schreven. Niet alle basisscholen bieden schoolzwemmen aan maar als het schoolzwemmen verplicht is, dan is de school verantwoordelijk voor de kosten. De school mag je dan wel om een vrijwillige bijdrage vragen.

Bron: rijksoverheid.nl

Deze blogpost is ook beschikbaar in het Pools (Polski).