Navigate / search

Rapport ‘Poolse, Bulgaarse en Roemeense kinderen in Nederland’

Eind september is er een rapport uitgebracht met als titel ‘Poolse, Bulgaarse en Roemeense kinderen in Nederland’. In dit rapport staan de bevindingen van een onderzoek dat is gedaan naar de leefsituatie van Poolse, Bulgaarse en Roemeense kinderen in Nederland. De noodklok is nog niet geluid maar aandacht voor deze ontwikkelingen is zeker op zijn plaats en nodig!

Het Sociaal Cultuur Planbureau heeft het onderzoek geleid en deed dit op verzoek van minister Asscher. Het laat zien dat een deel van de Poolse, Bulgaarse en Roemeense kinderen in Nederland te maken heeft met slechte woon– en leefomstandigheden en een gebrekkige beheersing heeft van de Nederlandse taal. Wat in sommige situaties leidt tot ontwortelde en onthechte pubers die spijbelen of voortijdig school verlaten. In het rapport staat ook dat blijkt dat veel migrantenkinderen taalachterstanden makkelijk inhalen en dat zij het goed doen op school. Ook de fysieke gezondheid van de kinderen is over het algemeen goed.

In het rapport wordt gesproken over de circa veertigduizend kinderen van migranten uit Midden- en Oost-Europa die in Nederland vaak in gebrekkige omstandigheden leven. Bovendien voelen ze zich hier, vanwege het frequente pendelgedrag van hun ouders, niet thuis. Medewerkers van politie en jeugdzorg constateren dat vooral tieners hierdoor risico lopen om te ontsporen. Het onderzoek is gedaan door SCP-onderzoekers die in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) met ongeveer dertig deskundigen van politie, jeugdzorg, gemeenten, woningcorporaties en scholen spraken. Ook signaleren de deskundigen dat jongeren spijbelen, rondhangen op straat, crimineel gedrag vertonen of in de jeugdprostitutie belanden, en is er onduidelijk hoeveel van de migrantenkinderen jaarlijks in de knel raken.

Vooral Poolse en Bulgaarse kinderen hebben het zwaar, constateert het SCP. Een deel van de Poolse jongeren woont op vakantieparken en campings en loopt daar een groot risico te worden blootgesteld aan drankmisbruik, vechtpartijen en huiselijk geweld. Over de ouders van de kinderen wordt gezegd dat ze vaak in ‘een overlevingsstand’ staan. Vanwege slechte financiële omstandigheden werken ze hard en zijn daardoor veel van huis, hebben ze weinig aandacht voor hun kinderen en reizen ze veel op en neer tussen Nederland en het land van herkomst waardoor de kinderen leerachterstanden oplopen.

In de Volkskrant lezen we een uitspraak van mevrouw Trees Pels, die als bijzonder hoogleraar opvoeden in de multi-etnische stad, aan de Vrije Universiteit van Amsterdam (VU) werkt en onderzoeker is bij het Verwey-Jonker instituut. Ze zegt: ‘De problemen met kinderopvang hebben we in het verleden gezien bij de Chinezen. In de Turkse en Marokkaanse gemeenschap komen nog altijd veel leerachterstanden voor.’ Ze pleit in hetzelfde artikel voor tijdig ingrijpen en leren van de lessen uit het verleden. Alsmede voor voorlichting geven aan migrantenouders en uitleg geven over de consequenties van handelen. Bijvoorbeeld over het vele heen en weer pendelen tussen Nederland en het land van herkomst voor familiebezoek of gezondheidszorg. Veel ouders weten niet dat dit grote gevolgen voor hun kinderen kan hebben.

Er zijn gevallen bekend dat ouders hun kinderen een tijd achter laten bij familie in het herkomstland waardoor de kinderen ontworteld kunnen raken. In dit laatste geval onderbreken ze onnodig hun schoolloopbaan met als gevolg dat dit invloed heeft op hun slagingskansen in de Nederlandse samenleving.

Daarnaast geeft het rapport aan dat er signalen zijn dat een deel van de kinderen niet staat ingeschreven in het bevolkingsregister. Een aantal van deze kinderen gaat ook niet naar school, en worden de zogenaamde onzichtbare kinderen genoemd. Door het slechte zicht op de kinderen is de kans groot dat niet alle in Nederland wonende Poolse, Bulgaarse en Roemeense kinderen onderwijs volgen of door jeugd gezondheidszorg worden gezien. Om hoeveel niet geregistreerde en niet schoolgaande kinderen het gaat is op dit moment onbekend. Tot slot blijkt dat met name Poolse ouders die lange dagen werken, hun kinderen vaak alleen thuis laten, ook op jonge leeftijd. Dat trekt een flinke wissel op de zelfstandigheid van de kinderen en kan leiden tot (emotionele) problematiek.

Rondom het rapport wordt gekeken naar oplossingen voor deze problemen en laait hier en daar een discussie op. Een best heel heftige stand van zaken waar uiteindelijk alleen de kinderen de verliezers zijn.

PoPolsku hoort heel graag jouw mening! We vinden dat we niet óver mensen moeten praten maar mét mensen. We horen daarom heel graag van jou hoe jij hier tegen aan kijkt! Welke oplossingen zou jij willen zien of willen voorstellen? Je mening wordt erg op prijs gesteld!

Reageren kan via redactie@popolsku.nu met in de onderwerpregel ‘Poolse kinderen in Nederland’.

Deze blogpost is ook beschikbaar in het Pools (Polski).